Over het creƫren van leven, vrouwen en mannen.

Gepost op:  16-05-2017

Op zondagavond zat ik naar het VPRO programma ‘the mind of the universe’ te kijken, waarin Robbert Dijkgraaf, natuurkundige, in een aantal afleveringen wetenschappers introduceert, die zich bezighouden met scheikundige complexe projecten, zoals het scheppen van nieuw leven. Nu ben ik een fan van Robbert Dijkgraaf sinds hij in 2005 als gast in het programma Zomergasten te zien was. Hij is in staat om zeer complexe informatie in begrijpelijke taal uit te leggen en dat is voor mijn niet wiskundige brein heel prettig.

Terwijl ik zat te kijken ging ik me afvragen wat ik ervan vind, dat de wetenschap in de toekomst mogelijk leven kan creëren uit andere moleculen, dan waar wij uit bestaan. Gaat dat betere mensen van ons maken? Misschien wordt het mogelijk om bepaalde ziektes te bestrijden. Maar eeuwig leven moet je toch niet willen. Van huis uit ben ik protestants en dus met de bijbel opgevoed. In mijn leven heb ik kennis genomen van andere religies en overtuigingen, waardoor de bijbelverhalen niet meer zo vanzelfsprekend werden. Het scheppingsverhaal van Adam en Eva, waar Eva uit de zoveelste rib van Adam werd geschapen roept vragen op. Zolang er leven is, zijn het de vrouwen, die baren en niet de mannen. Dat verhaal moet dus wel door een man bedacht zijn. In de joodse traditie is er sprake van een eerste vrouw aan Adams zijde nl. Lilith. Zij was een zelfstandige en onafhankelijke vrouw, die gelijkwaardig was aan Adam. Omdat Adam liever een aangepaste, gehoorzame en brave vrouw wilde, schiep God dan maar Eva, zoals het verhaal vertelt. Dr. Annine van der Meer, historicus, theoloog en symbooldeskundige heeft diverse toonaangevende boeken geschreven over de verborgen geschiedenis van het vrouwelijke en de vrouwen. In haar boeken beschrijft zij de ontwikkeling vanuit de oertijd van de vrouwelijke kracht en de ondergang ervan. Hiervoor volgt ze de recente visies van wetenschappers uit de hoek van het matriarchaat en het feminisme.

Laat ik nu op Moederdag de film ‘20th century women’ gezien hebben. Een bijzondere film, die de verwarring laat zien van de overgang van het bestaande hokjesdenken naar nieuwe leefstijlen. Een verwarring, die ik wel herken vanuit mijn eigen jeugd. In de 70er jaren van de vorige eeuw ontstond naast het feminisme de vrouwenemancipatie. Beide ontwikkelingen hebben invloed gehad op mijn leven.

De eerste periode van het feminisme einde 19e eeuw was het strijden voor vrouwenkiesrecht en toegang tot studies. De tweede periode (rond 1970) waren vrouwen bezig met vrijheid van sexualiteit en economische vrijheid. De derde feministische golf is vanaf de jaren 1990 gaande en daarbij staan de zelfontplooiing en keuzemogelijkheden op de voorgrond.

Ook in de huidige tijd zoeken vrouwen de ‘Lilith’ in zichzelf, denk maar aan Powervrouwen. Hoe combineren we het feminiene en de emancipatie in onszelf? De eigenschappen zoals intuïtieve wijsheid, zorgzaamheid, kwetsbaarheid en verbinding zijn typisch vrouwelijke eigenschappen en hoe verhouden die zich tot onze ambitie en carrièredrift? Heeft de emancipatie ook gezorgd voor een vermannelijking van het feminiene?  In plaats van deze bijzondere eigenschappen te koesteren, heeft de vrouw er afstand van genomen, met het risico op een ‘onecht IK’.

Mannen zouden meer vrouwelijke eigenschappen moeten ontwikkelen, maar is dat wat we nodig hebben? Als de vrouw met al haar oorspronkelijke vrouwelijke eigenschappen gelijkwaardig is aan de man met zijn mannelijke kwaliteiten, kan er respect voor elkaars verscheidenheid komen. Zo kunnen beide seksen in hun kracht staan. We zijn elkaars gelijke maar niet gelijkende.